hoe werken ze en wat verstaan we eronder

Emoties

boos

We ervaren ze elke dag en ons gedrag wordt erdoor gestuurd. Je zou denken dat het definiëren van emoties niet zo lastig is. Het zit echter meer complex in elkaar dan je in eerste instantie zou denken.

 

Cultureel aangeleerd of aangeboren?

De Amerikaanse psycholoog Paul Ekman heeft een grote invloed gehad op het wetenschappelijk denken over emoties. Zijn werk richtte zich op de vraag of emoties uitsluitend cultureel aangeleerd zijn of dat mensen wereldwijd beschikken over een gedeelde emotionele basis. Om die vraag te onderzoeken, deed Ekman uitgebreid onderzoek naar gelaatsuitdrukkingen en emotieherkenning in verschillende culturen met als doel patronen te vinden die culturen overstijgen.

 

Uit dit onderzoek blijkt dat mensen uit verschillende culturen in belangrijke mate dezelfde emotionele betekenis toekennen aan bepaalde gezichtsuitdrukkingen. Deze herkenning blijkt consequent bóven kansniveau te liggen en is in verschillende studies bevestigd, met name voor de emoties blijdschap, boosheid, verdriet en walging.

 

Ook blijkt uit studies bij geboren blinde personen dat jonge kinderen en mensen die nooit gezichten hebben gezien, emotionele gelaatsuitdrukkingen vertonen die sterk overeenkomen met die van ziende volwassenen. Dit maakt het onwaarschijnlijk dat emotionele expressie volledig is aangeleerd via culturele imitatie en ondersteunt het idee van een biologisch voorbereide emotionele onderlaag.

 

Het bestaan van zes basisemoties

Op basis van dit werk stelde Ekman zes zogenoemde basisemoties voor: blijdschap, verdriet, angst, boosheid, walging en verrassing. Deze emoties kenmerken zich door een relatief snelle en automatische activatie, herkenbare lichamelijke reacties (inclusief reacties van het gelaat) en een duidelijke evolutionaire functie. Ze helpen mensen om te reageren op situaties zoals gevaar, verlies en beloning.

 

Het Facial Action Coding System

Eén van Ekman’s belangrijkste bijdragen ligt niet zozeer in het benoemen van emoties, maar in de manier waarop hij ze meetbaar maakte. Samen met Wallace Friesen ontwikkelde hij het Facial Action Coding System, waarin gelaatsuitdrukkingen worden beschreven in termen van afzonderlijke, observeerbare spierbewegingen. Door het gezicht op te delen in zogenoemde action units werd het mogelijk om gezichtsuitdrukkingen systematisch te coderen, zonder er direct een emotionele interpretatie aan te koppelen. Dit maakte emotie-onderzoek preciezer en beter toetsbaar en bood een methodologisch sterke basis voor verder onderzoek. Tegelijkertijd laat dit systeem juist zien dat expressie en emotie niet exact samenvallen: dezelfde spierbewegingen kunnen, afhankelijk van context, tot verschillende emotionele interpretaties leiden.

 

Aan dit werk is ook het begrip micro-expressies verbonden. Dit zijn zeer korte gelaatsuitdrukkingen die kunnen optreden wanneer iemand een emotie ervaart en deze probeert te onderdrukken. Ze illustreren hoe automatisch en deels onbewust emotionele processen kunnen verlopen.

 

De rol van cultuur en taal bij emoties

Het huidige wetenschappelijke beeld blijkt genuanceerder: er is overtuigend bewijs voor biologisch voorbereide affectieve reacties en gedeelde herkenningspatronen van bepaalde expressies, maar er is nog onvoldoende overtuigend bewijs dat emoties als complete, afgebakende categorieën universeel zijn in beleving, betekenis en sociale functie. Cultuur, taal en persoonlijke geschiedenis blijken een doorslaggevende rol te spelen in hoe emoties worden geïnterpreteerd, benoemd en gereguleerd.

 

Deze perspectieven worden dan ook steeds vaker gecombineerd. Emoties hebben een biologische onderlaag die mensen delen, maar krijgen pas vorm in concrete situaties, binnen culturele kaders en via taal.

 

Cultuur fungeert als een impliciet regelsysteem dat bepaalt wanneer een emotie passend is, hoe sterk zij mag worden geuit en welke betekenis eraan wordt toegekend. Deze zogenoemde emotionele kaders worden meestal niet expliciet aangeleerd, maar via socialisatie, observatie en correctie langzaam eigengemaakt.

 

Als een belangrijk cultureel mechanisme moeten in dit kader de zogenoemde display rules genoemd worden: dit zijn ongeschreven regels die voorschrijven hoe de emotie tot uiting gebracht moet worden. In sommige culturen wordt openlijke emotionele expressie gewaardeerd en gezien als authentiek en eerlijk, terwijl in andere culturen emotionele beheersing geldt als teken van volwassenheid of respect. Boosheid kan in de ene context worden geïnterpreteerd als assertiviteit, maar in een andere als verlies van zelfcontrole. Verdriet kan collectief gedeeld worden of juist als privé worden beschouwd. Deze regels beïnvloeden niet alleen wat mensen laten zien, maar ook wat zij daadwerkelijk beleven.

 

Taal speelt hierbij een centrale en vaak onderschatte rol. Woorden fungeren als mentale categorieën waarmee mensen hun innerlijke ervaringen kunnen ordenen. Gevoelens zoals spanning, onrust of opwinding zijn relatief basaal en komen bij vrijwel iedereen voor. Pas wanneer deze sensaties worden geïnterpreteerd en benoemd, worden ze ervaren als specifieke emoties zoals angst, boosheid of verdriet. Taal biedt daarmee een kader waarbinnen lichamelijke signalen betekenis krijgen.

 

Dit wordt duidelijk wanneer men kijkt naar verschillen tussen talen. Sommige talen beschikken over woorden die in andere talen geen direct equivalent hebben. Daardoor worden bepaalde emotionele nuances makkelijker herkend, benoemd en gedeeld binnen de ene cultuur dan binnen de andere. Wat geen taal heeft, blijft vaag. Mensen kunnen het voelen, maar hebben moeite om het te herkennen, te begrijpen of erover te communiceren. Taal verrijkt dus niet alleen de expressie van emoties, maar structureert ook de emotionele ervaring zelf.

 

Op deze manier bekeken, zijn emoties interpretaties van lichamelijke en situationele signalen binnen een cultureel en talig kader.

facial feedback

Het bekende experiment met het “potlood in de mond” illustreert deze wisselwerking tussen lichaam, interpretatie en context. In dit experiment houden proefpersonen een potlood op zo’n manier in de mond dat de gezichtsspieren worden geactiveerd die normaal betrokken zijn bij lachen, zonder dat men zich daarvan bewust hoeft te zijn. De oorspronkelijke bevinding was dat mensen in deze conditie cartoons grappiger beoordeelden dan mensen bij wie de lachspieren juist werden geblokkeerd. Dit werd geïnterpreteerd als steun voor de facial feedback-hypothese: lichamelijke expressie kan de emotionele beleving beïnvloeden.

 

Dit experiment laat niet zien dat een glimlach automatisch leidt tot blijdschap, maar dat lichamelijke signalen kunnen meewegen in de interpretatie van een situatie. Het lichaam levert informatie, maar die informatie wordt pas emotie in samenhang met context, verwachtingen en betekenisgeving. Zonder de culturele kennis van wat een glimlach ‘betekent’, zou de spieractivatie op zichzelf geen specifieke emotie opleveren.

 

Op deze manier wordt zichtbaar hoe cultuur en taal fungeren als brug tussen biologie en ervaring. Het lichaam levert signalen, maar cultuur en taal bepalen hoe die signalen worden gelezen. Dezelfde lichamelijke sensatie kan, afhankelijk van context en interpretatiekader, worden ervaren als gezonde spanning, bedreigende angst of opwinding. Emotie ontstaat niet in het lichaam alleen, en ook niet in de cultuur alleen, maar in de voortdurende wisselwerking daartussen.

 

Het benoemen van een emotie is dus geen neutrale handeling, maar een interpretatie die mede wordt gevormd door taal, opvoeding en culturele normen. Als je emoties wilt begrijpen of veranderen, moet je daarom (naast het ervaren gevoel) ook kijken naar de context waarbinnen die ervaring betekenis krijgt.

 

Lees hier verder voor de neurobiologische basis van emoties

 

Geraadpleegde literatuur
Barrett, L. F. (2017). How emotions are made: The secret life of the brain. Houghton Mifflin Harcourt.

Ekman, P. (1992). An argument for basic emotions. Cognition and Emotion, 6(3–4), 169–200. https://doi.org/10.1080/02699939208411068

Ekman, P., & Friesen, W. V. (1971). Constants across cultures in the face and emotion. Journal of Personality and Social Psychology, 17(2), 124–129. https://doi.org/10.1037/h0030377

Gendron, M., Roberson, D., van der Vyver, J. M., & Barrett, L. F. (2014). Perceptions of emotion from facial expressions are not culturally universal: Evidence from a remote culture. Emotion, 14(2), 251–262. https://doi.org/10.1037/a0036052

Izard, C. E. (1994). Innate and universal facial expressions: Evidence from developmental and cross-cultural research. Psychological Bulletin, 115(2), 288–299. https://doi.org/10.1037/0033-2909.115.2.288

Jack, R. E., Sun, W., Delis, I., Garrod, O. G. B., & Schyns, P. G. (2016). Four not six: Revealing culturally common facial expressions of emotion. Journal of Experimental Psychology: General, 145(6), 708–730. https://doi.org/10.1037/xge0000162

Markus, H. R., & Kitayama, S. (1991). Culture and the self: Implications for cognition, emotion, and motivation. Psychological Review, 98(2), 224–253. https://doi.org/10.1037/0033-295X.98.2.224

Mesquita, B., & Frijda, N. H. (1992). Cultural variations in emotions: A review. Psychological Bulletin, 112(2), 179–204. https://doi.org/10.1037/0033-2909.112.2.179

Panksepp, J. (1998). Affective neuroscience: The foundations of human and animal emotions. Oxford University Press.

Russell, J. A. (1991). Culture and the categorization of emotions. Psychological Bulletin, 110(3), 426–450. https://doi.org/10.1037/0033-2909.110.3.426

Strack, F., Martin, L. L., & Stepper, S. (1988). Inhibiting and facilitating conditions of the human smile: A nonobtrusive test of the facial feedback hypothesis. Journal of Personality and Social Psychology, 54(5), 768–777. https://doi.org/10.1037/0022-3514.54.5.768

Wierzbicka, A. (1999). Emotions across languages and cultures: Diversity and universals. Cambridge University Press.