Oordelen en veroordelen is onze tweede natuur. We vinden overal wat van en niet zelden scheppen we er genoegen in om daar ongebreideld met elkaar over van gedachten te wisselen. Maar waarom zíjn mensen eigenlijk zo dol op oordelen?
Oordelen als kalmeringsmiddel
We leven in een complexe wereld, vol prikkels, dubbelzinnigheden en onrust. Oordelen brengt overzicht en rust in de chaos. Het gaat daarmee verder dan een puur rationeel proces en kan zelfs gezien worden als een psychologisch kalmeringsmiddel.
Ego-inflatie
Oordelen heeft nog een aantal andere psychologische functies. Het plaatst de gebruiker ervan impliciet aan de juiste kant. Wie veroordeelt, presenteert zichzelf in de eerste plaats als een waarnemer van het kwaad. Men laat zien dat het kwaad werd opgemerkt om het vervolgens af te wijzen en erboven te gaan staan. Dit proces van afwijzing geeft daarmee een boost aan het ego: iemand die zich bedient van een oordeel, voelt zich niet zelden een beter persoon. En wees eerlijk, dat geeft een lekker gevoel! Het veroordelen van iemand, brengt dus naast distantie en afwijzing ook een toenemende waardering van het zelfbeeld.
David Hume
In het midden van de achttiende eeuw schrijft de beroemde filosoof David Hume er een essay over dat zijn tijd ver vooruit is: “An onderzoeky over de principes of moreles“. Hij laat hierin zien dat een moreel oordeel niet vanzelfsprekend samenvalt met wat goed is. Hij schrijft over een veel puurdere en warmere vorm van menselijkheid, namelijk de welwillendheid. Mensen hebben naast hun moralistische, veroordelende kant, een intrinsieke neiging om goed te doen. Zij doen dat door anderen te helpen, spontaan, lief en mild te zijn en op deze manier rekening te houden met het welzijn van anderen. Hume noemt welwillendheid één van de beste kwaliteiten van de mens en brengt een duidelijk onderscheid aan met het meer rationele principe van moraliteit. Peter DeScioli, een Amerikaanse politicoloog aan de Stony Brook Universiteit, borduurt daar op voort en schrijft dat moraliteit veel te vaak op één hoop wordt gegooid met goedheid. In zijn visie zijn het twee compleet verschillende zaken, die niet met elkaar verward moeten worden.
The Moral Sword
Hij schrijft in zijn essay The Moral Sword (2025) dat “de moraal vooral nuttig is ten tijde van conflict”. In een wereld vol strijd, machtsverschillen en groepsvorming heeft moraal de functie om verschillen binnen groepen op één individu te richten zodat op die wijze een conflict kan worden gede-escaleerd. Daarmee wordt voorkomen dat er onrust blijft bestaan tussen twee groepen. Hij noemt moraliteit en veroordelen daarmee een minder slechte vorm van agressie dan pure wraak, machtspolitiek of blinde groepsloyaliteit.
“Moraliteit staat gelijk aan gokken”
Buiten conflicten om kan moraliteit juist erg gevaarlijk zijn. Als er geen conflict is om op te lossen, maar mensen toch blijven veroordelen, werkt veroordeling juist opruiend. DeScioli gaat door: “Als je de waarheid verwart met een leugen, word jij zelf de leugenaar” en “de rechter die de moordenaar onterecht om het leven brengt, wordt zelf de moordenaar”. Omdat de scheidslijn tussen een juist en een onjuist oordeel soms erg dun is, hoeft er maar iets fout te gaan of je staat aan de verkeerde kant. Hij noemt moraliseren of veroordelen daarmee een pure gok. Hij gaat door: “als mensen bij schaarste direct op zoek gaan naar zondebokken in plaats van praktische oplossingen, dan verergert dat de situatie alleen maar.” Straffen produceert immers geen voedsel, geen huizen en al helemaal geen samenwerking. “Het lost helemaal niets op”.
Moraal helpt alleen om een conflict te slechten, niet meer en niet minder
Hij concludeert dat moraal een instrument is om vijandige conflicten tussen mensen en groepen te slechten. Het is nuttig wanneer het helpt om een strijd te beëindigen, maar het is op zijn minst niet helpend en zelfs gevaarlijk als het wordt ingezet als algemene levensfilosofie. Hij roept vooral op tot welwillendheid, dat betekent: vanuit goedheid iets doen waardoor je een ander bevoordeelt. We doen er verstandig aan om dit goedheidskompas standaard te volgen en onze veroordelende kant te parkeren totdat je bij een conflict betrokken raakt. Pas dan heeft veroordelen enige zin en zelfs dan zul je voorzichtig met dit wapen om moeten springen. Immers: voordat je het weet, ben jij de veroorzaker van het kwaad.
Oordelen is het laatste redmiddel
Niet elk oordeel is verkeerd. Een samenleving zonder normbesef loopt het gevaar dat machtige mensen zich als tirannen gaan gedragen. Anderzijds, een samenleving die haar welwillendheid en goedheid kwijtraakt, raakt gepolariseerd. Misschien ligt de oplossing niet zozeer in het opheffen van (ver)oordelen, maar in het herstellen van de volgorde: laten we eerst goed voor elkaar zijn (welwillendheid), daarna begrip voor elkaars drijfveren opbrengen, als het nodig is waarheidsvinding toepassen en pas als het écht niet anders kan: oordelen.