waarom je voelt wat je voelt
Biologisch gezien zijn emoties evolutionair verankerde lichamelijke reacties op gebeurtenissen die voor ons van belang zijn. Ze bereiden ons voor op actie: benaderen of vermijden, vechten of vluchten, verbinden of terugtrekken. Emoties zijn daarmee fundamentele signalen die richting geven aan ons gedrag.
Belangrijk is dat emoties niet ontstaan in één enkel hersengebied. Ze worden gevormd in ons zenuwstelsel en voortdurend bijgesteld op basis van ervaring en context. Een bruikbare manier om emoties te begrijpen is als een samenspel van drie componenten:
Ten eerste is er fysiologische activatie. Hartslag, ademhaling, spierspanning en hormonale veranderingen. Ons lichaam reageert vaak al voordat je je bewust bent van wat er gebeurt.
Ten tweede is er de interpretatie. We proberen betekenis te geven aan die lichamelijke signalen: wat is hier aan de hand en wat betekent dit voor mij?
Ten derde volgt de gedragsmatige respons: je lichaam en brein sturen gedrag aan in de vorm van lachen, huilen, wegkijken, aanvallen of zoeken naar nabijheid.
Neurotransmitters: chemische boodschappers
De biochemische basis van emoties ligt voor een belangrijk deel bij de neurotransmitters: chemische boodschappers die signalen overdragen tussen zenuwcellen. Ze bepalen niet wat je voelt, maar regelen de intensiteit, duur en kleur van de emoties.
Dopamine speelt een centrale rol bij motivatie, beloning en verwachting. Het is vooral actief bij het nastreven van doelen en het ervaren van succes. Dopamine zet aan tot handelen.
Serotonine beïnvloedt stemming, impulscontrole, slaap en eetlust. Een langdurige ontregeling van serotonerge systemen hangt samen met somberheid, prikkelbaarheid en depressieve klachten.
Noradrenaline activeert het lichaam bij dreiging of uitdaging. Het verhoogt alertheid en focus, maar kan bij chronische activatie bijdragen aan angst en onrust.
Oxytocine speelt een rol bij hechting, vertrouwen en sociale veiligheid. Het versterkt gevoelens van verbondenheid en dempt stressreacties in sociale contexten. Het wordt hierom ook wel het knuffelhormoon genoemd.
GABA is een remmende neurotransmitter die het zenuwstelsel tot rust brengt. Het voorkomt dat emotionele systemen voortdurend op scherp staan en is cruciaal voor angstregulatie. Glutamaat doet het tegenovergestelde.
Endorfine werkt als een lichaamseigen pijnstiller en draagt bij aan gevoelens van welzijn, vooral bij fysieke inspanning, lachen of intense verbondenheid.
De plaats in je brein
De verwerking van emoties vindt plaats in netwerken, niet in losse centra. Hierbij speelt het limbische systeem een centrale rol. Hieronder beschrijven we een aantal belangrijke limbische hersenkernen en hun functie:
De amygdala fungeert als een snelle detector van gevaar. Zij kan al reageren voordat je bewust begrijpt wat er aan de hand is.
De hippocampus verbindt emoties aan herinneringen en geeft een beleving context. Hierdoor roept een situatie soms direct een emotionele reactie op die gebaseerd is op eerdere ervaringen.
De prefrontale cortex is betrokken bij relativering en reflectie. Hier ontstaat de mogelijkheid om emoties te begrijpen, bij te sturen of te verdragen.
De insula (eilandjes) vertalen lichamelijke signalen naar bewuste ervaringen. Ze spelen een sleutelrol in het voelen van emoties in het lichaam, zoals spanning in de borst of een knoop in de maag.
Wanneer deze systemen goed samenwerken, zijn emoties flexibel en functioneel. Bij langdurige stress, trauma of uitputting raakt deze samenwerking verstoord. Emoties kunnen dan te heftig of te vlak worden of ervoor zorgen dat er een over- of juist ondergevoeligheid voor optreedt waardoor deze juist chronisch problematisch kunnen worden.
Emoties zijn méér dan cognitie
Hoewel veel psychologische modellen de nadruk leggen op gedachten, beginnen emoties lichamelijk. Je schrikt voordat je denkt. Je voelt spanning voordat je begrijpt waarom. Daarnaast worden emoties beïnvloed door factoren die buiten het bewust denken liggen.
Je lichamelijke toestand speelt een grote rol. Honger, slaaptekort, ziekte of hormonale schommelingen maken emoties intenser en moeilijker te reguleren.
Zintuiglijke prikkels zoals geur, muziek of aanraking kunnen emoties direct oproepen zonder bewuste interpretatie.
De sociale context bepaalt welke emoties worden geactiveerd. Eerdere ervaringen, vooral uit hechting en trauma, kleuren emotionele reacties vaak langdurig. Emoties zijn daarmee niet puur intern, maar relationeel en contextgebonden.
Leren en uitdoven van emoties
Emoties zijn dynamisch en veranderbaar. Een belangrijk mechanisme is habituatie: wanneer een prikkel herhaaldelijk wordt aangeboden zonder negatieve consequenties, neemt de emotionele reactie af. Wat eerst bedreigend was, wordt meer en meer neutraal.
Desensitisatie gaat een stap verder. Hierbij leert iemand bewust om bij een eerder overweldigende prikkel aanwezig te blijven, waardoor het brein nieuwe, veiligere associaties vormt. Dit principe ligt aan de basis van exposure bij angst.
Deze processen laten zien dat emoties niet in beton gegoten zijn. Het brein leert voortdurend en blijft zich aanpassen.
Andere biologische invloeden
Slaaptekort maakt de amygdala gevoeliger en verzwakt de remmende rol van de prefrontale cortex. Je reageert sneller en heftiger.
Chronische stress en verhoogde cortisolspiegels beïnvloeden stemming, geheugen en motivatie en vergroten de kans op somberheid en uitputting.
Geraadpleegde bronnen
Barrett, L. F. (2017). How emotions are made: The secret life of the brain. Houghton Mifflin Harcourt. ISBN 9780544133310
Cowen, P. J., & Browning, M. (2015). What has serotonin to do with depression? World Psychiatry, 14(2), 158–160. https://doi.org/10.1002/wps.20229
Cryan, J. F., & Dinan, T. G. (2012). Mind-altering microorganisms: The impact of the gut microbiota on brain and behaviour. Nature Reviews Neuroscience, 13(10), 701–712. https://doi.org/10.1038/nrn3346
Gross, J. J. (2015). Emotion regulation: Current status and future prospects. Psychological Inquiry, 26(1), 1–26. https://doi.org/10.1080/1047840X.2014.940781
Izard, C. E. (2010). The many meanings/aspects of emotion: Definitions, functions, activation, and regulation. Emotion Review, 2(4), 363–370. https://doi.org/10.1177/1754073910374661
LeDoux, J. E. (1996). The emotional brain: The mysterious underpinnings of emotional life. Simon & Schuster. ISBN 9780684836599
McEwen, B. S. (2007). Physiology and neurobiology of stress and adaptation: Central role of the brain. Physiological Reviews, 87(3), 873–904. https://doi.org/10.1152/physrev.00041.2006
Nutt, D. J., & Malizia, A. L. (2001). New insights into the role of the GABA-A–benzodiazepine receptor in psychiatric disorder. The British Journal of Psychiatry, 179(5), 390–396. https://doi.org/10.1192/bjp.179.5.390
Panksepp, J. (1998). Affective neuroscience: The foundations of human and animal emotions. Oxford University Press. ISBN 9780195096736
Phelps, E. A., & LeDoux, J. E. (2005). Contributions of the amygdala to emotion processing. Neuron, 48(2), 175–187. https://doi.org/10.1016/j.neuron.2005.09.025
Schultz, W., Dayan, P., & Montague, P. R. (1997). A neural substrate of prediction and reward. Science, 275(5306), 1593–1599. https://doi.org/10.1126/science.275.5306.1593
Strack, F., Martin, L. L., & Stepper, S. (1988). Inhibiting and facilitating conditions of the human smile. Journal of Personality and Social Psychology, 54(5), 768–777. https://doi.org/10.1037/0022-3514.54.5.768
Walker, M. P., & van der Helm, E. (2009). Overnight therapy? The role of sleep in emotional brain processing. Psychological Bulletin, 135(5), 731–748. https://doi.org/10.1037/a0016570
Yoo, S.-S., Gujar, N., Hu, P., Jolesz, F. A., & Walker, M. P. (2007). The human emotional brain without sleep. Current Biology, 17(20), R877–R878. https://doi.org/10.1016/j.cub.2007.08.007